Voorbeeld doelstellingen

Voordat je start met het programma is het aan te raden jezelf doelen te stellen. En hoe concreter die doelen zijn, hoe beter. Zo maak je het voor jezelf inzichtelijk wanneer je tevreden bent over het resultaat. Als je met een vage doelstelling als ‘ik wil wat beter kunnen slapen’ het programma ingaat, is het lastig meten wanneer je tevreden kunt zijn over het resultaat. Want wat is ‘beter’? Dat concreet maken kan nog best lastig zijn. Het is ook niet zo dat als je een concrete doelstelling hebt gemaakt die gelijk vastligt en alles daarvoor moet wijken. Het is meer iets dat richting geeft, bijstelling is natuurlijk altijd mogelijk. Een paar voorbeelden? Dus in plaats van ‘ik wil wat beter kunnen slapen’, zou een doelstelling kunnen zijn:

  • Ik wil over drie maanden van de 5 dagen in een week, binnen 1 uur zijn ingeslapen. Daarbij wil ik minimaal 8 uur per dag slapen en ga ik van de 5 dagen in de week voor 22.30 naar bed (voor iemand die nu standaard te laat naar bed gaat, te weinig slaap per nacht heeft en lang wakker ligt voor het slapen gaan).

 

Snap je de bedoeling? Maak het zo specifiek en meetbaar mogelijk en neem een periode op. Hoe acceptabel en realistisch de doelstelling is, bepaal jezelf. Een ander voorbeeld. Stel iemand wil minder piekeren (slecht geformuleerde doelstelling). Een beter geformuleerde doelstelling zou kunnen zijn:

  • Ik wil over 3 maanden, 5 maal per dag mijn piekeren onderbreken (impuls tot piekeren onderbreken) door iets te gaan doen dat mij op dat moment ontspanning geeft.

Deze laatste doelstelling is ander soort doelstelling, waarbij je ingaat op het hoe je gaat leren om minder te piekeren. Dat zijn ook prima doelstellingen. Je zou deze nog kunnen aanvullen met:

  • Daarbij vul ik elke week de stressmeter in om te bepalen of ik me rustiger ben ga voelen.

Met dit laatste meet je het effect van de oefening. Je kunt dus per onderdeel bepalen of je een procesgericht of resultaatgerichte doelstelling benoemd (of beide).